Een marketingmanager bij een B2B-leverancier vroeg me vorige maand om een planning. Hij wilde in maart zichtbaar zijn in ChatGPT. Het was half januari. Toen ik zei dat maart niet realistisch was, viel er een stilte van vijf seconden. Daarna: "Maar bij Google Ads staat het er morgen."
Dat is precies het probleem met de vraag hoe lang SEO en GEO duren. Iedereen wil een datum. Het eerlijke antwoord is een curve, en die curve verschilt zo sterk per situatie dat één gemiddelde misleidend wordt.
Toch ga ik het proberen, want zonder richtlijn kun je geen budget verdedigen. Hieronder staat de tijdlijn die ik klanten geef, gebaseerd op wat wij in de praktijk zien bij zo'n veertig GEO-trajecten sinds 2024 — van eenpitters tot bedrijven met twintig vestigingen. Per fase: wat je doet, wat je ziet, en waar het meestal misgaat.
De vier fases van een GEO-traject
De fases overlappen in de praktijk, maar ze helpen om per maand te bepalen of je op koers zit of niet.
Maand 1-2: de onzichtbare fase
Je verzet het meeste werk en ziet het minste terug. Dit is normaal en het is precies waar de meeste trajecten stranden, omdat iemand in week 6 om resultaten vraagt.
Wat er in deze fase gebeurt:
- Crawlertoegang. GPTBot, ClaudeBot, PerplexityBot en Google-Extended mogen niet geblokkeerd worden in je robots.txt, je WAF of je CDN-regels. Dit gaat verrassend vaak mis bij bedrijven die ooit een agressieve bot-filter hebben aangezet.
- Renderbaarheid. Pagina's moeten server-side of statisch gerenderd zijn. Content die pas na drie seconden JavaScript verschijnt, wordt vaak niet meegenomen.
- Structured data. Organization, Person, Product en FAQPage-schema's die kloppen. Niet voor de ranking zelf, maar omdat ze je entiteit ondubbelzinnig maken.
- Contentaudit en pruning. Welke pagina's dragen echt bij aan je verhaal en welke zijn opvulling? De volledige volgorde staat in de GEO-checklist voor 2026.
Resultaat na twee maanden: nul merkvermeldingen in AI-antwoorden, nul doorverwijzingen. Wat je wél hebt: botbezoek in je serverlogs, indexatie in Bing (belangrijk, want ChatGPT Search leunt op de Bing-index), en een vastgelegde nulmeting.
Maand 3-4: de eerste beweging
Hier gebeurt iets kleins dat veel zegt. Je merk duikt op bij specifieke, lange prompts — niet bij je bedrijfsnaam, maar bij vragen als "welke partij in Nederland regelt X voor de zorgsector".
Wat je in deze fase ziet bij een gemiddeld traject:
- Eerste citaties in ChatGPT, Perplexity en Google AI Overviews, meestal twee tot acht per maand
- Branded prompts beginnen te werken: "wat doet [bedrijf]" levert voor het eerst een correct antwoord op
- Doorverwijzingen vanuit AI-assistenten: een handvol per maand, vaak met een hoge betrokkenheid
De verleiding is om nu te gaan schuiven met budget. Doe het niet. Je zit in de fase waarin je moet uitzoeken wélke pagina's geciteerd worden en waarom. Dat patroon bepaalt je hele contentstrategie voor de maanden daarna.
Maand 5-8: meetbare groei
Dit is waar het voor het eerst voelt als resultaat. Bij de meeste trajecten die wij begeleiden:
- Wordt je genoemd in 15 tot 30 procent van de prompts die je monitort
- Komt 1 tot 4 procent van je organische verkeer uit AI-assistenten (herkenbaar aan referrers als chatgpt.com en perplexity.ai)
- Beginnen vergelijkingsprompts te werken: "beste partij voor X" in plaats van alleen "wat is X"
Een patroon dat ik bij bijna elke klant terugzie: AI-bezoekers converteren beter dan gemiddeld organisch verkeer. Ze komen met voorkennis binnen, vaak al richting een keuze. De volumes zijn kleiner, de kwaliteit hoger.
Maand 9-12: compounding
Vanaf hier gaat het sneller, om een simpele reden: je wordt onderdeel van de bronnen die modellen hergebruiken. Andere sites citeren jou, je entiteit raakt verankerd, en bij nieuwe prompts verschijn je vaker als vanzelf.
Dit is ook de fase waarin onderhoud belangrijker wordt dan groei. Verouderde pagina's opruimen levert meer op dan nieuwe toevoegen. Daarover schreven we eerder in Content Pruning voor GEO.
Waarom GEO trager start dan SEO — en daarna stabieler blijft
Bij SEO zie je binnen twee tot vier weken beweging in posities. Bij GEO duurt dat acht tot twaalf weken. Dat verschil komt door twee lagen die door elkaar lopen.
De eerste laag is live retrieval. ChatGPT Search, Perplexity en AI Overviews halen op het moment van de vraag bronnen op. Die laag reageert snel — weken, niet kwartalen. De tweede laag zijn de modelgewichten, die alleen bij trainingen of grote updates veranderen. Die laag reageert traag en kun je niet versnellen met een blogpost.
Het goede nieuws: de meeste AI-antwoorden gebruiken tegenwoordig live retrieval. Je hoeft dus niet te wachten op een training. Het lastige nieuws: die retrieval kiest op autoriteitssignalen — entiteit, consistente vermeldingen, bronkwaliteit — en die moet je eerst opbouwen. Dat kost die eerste twee maanden.
Zodra je eenmaal in de retrieval-set zit, blijf je daar vaak langer dan in een Google-positie. Minder volatiel, minder afhankelijk van één ranking. Het verschil tussen beide mechanismen staat uitgebreid in AEO vs SEO in 2026.
Zes factoren die je tijdlijn met maanden verschuiven
Geen enkel traject loopt exact volgens bovenstaand schema. Deze factoren maken het verschil:
- Bestaande merkbekendheid. Een bedrijf dat al tien jaar in vakbladen staat, verschijnt sneller. Een startup begint vanaf nul.
- Entiteitshelderheid. Een consistente bedrijfsnaam, beschrijving en vestigingsplaats door je hele online profiel heen — inclusief Wikidata, brancheregisters en LinkedIn — versnelt herkenning aanzienlijk.
- Concurrentiedichtheid. In niches met veel sterke spelers duurt het langer voor je tussen de bronnen door breekt.
- Technische hygiëne. Slechte Core Web Vitals en crawler-blokkades kosten je maanden. Zie Core Web Vitals en AI-Crawlers.
- Contentdiepte versus volume. Eén pagina die een vraag volledig beantwoordt, verslaat tien dunne pagina's. Altijd.
- Of je meet. Trajecten zonder prompt-monitoring lopen bij ons gemiddeld twee tot drie maanden achter, simpelweg omdat niemand ziet wat wel en niet werkt.
Verwachtingen managen zonder jezelf weg te praten
Het gesprek over de tijdlijn is lastiger dan het werk zelf. Drie dingen die ik standaard afspreek:
Meet leading indicators, niet alleen verkeer. Zet vanaf week 1 een prompt-set op — veertig vragen die jouw ideale klant zou stellen. Monitor wekelijks drie kolommen: genoemd, geciteerd, gelinkt. Na twee maanden heb je een curve, ook al is er nog geen verkeer.
Evalueer op de curve, niet op het eindpunt. Spreek een evaluatiemoment af aan het einde van maand 3 en kijk dan naar de richting van de lijn, niet naar het absolute getal.
Noem een bandbreedte in de offerte, geen datum. "Eerste citaties tussen week 9 en week 14" is verdedigbaar. "Zichtbaar in maart" niet.
Wat je in de stille eerste twee maanden wél kunt laten zien: een dalend aantal structured data-fouten, groeiend botbezoek in je logs, een contentbibliotheek die van 180 naar 90 scherpere pagina's gaat, en een nulmeting waaruit blijkt dat je concurrent op dit moment wordt genoemd en jij niet. Dat laatste is vaak het meest overtuigende document dat je een directie kunt geven.